icon

Mijn oma groeide op in de oorlog.

Ze was nog maar een kind, maar haar ouders hadden één duidelijke regel: huilen doe je alleen als er écht iets aan de hand is.

Verdriet moest worden ingeslikt. Niet omdat ze hard wilden zijn, maar omdat gevoel in een tijd van angst en overleven simpelweg geen ruimte kon krijgen.

Mijn oma leerde al jong haar tranen te bedwingen. Dat deed ze decennialang. Tot haar lichaam ze niet meer kon dragen. Tegen het einde van haar leven huilde ze om alles.

‘Hoe kan dat toch?!,' vroeg ze geregeld. Waarop ik altijd zei: ‘Omdat je 86 jaar aan weggestopt verdriet bij je draagt, dat nu eindelijk de weg naar buiten vindt.’

Het raakte me diep. Mijn oma liet me zien hoe ver we als mens - vanuit noodzaak, vanuit overleving - van onze gevoelswereld zijn afgedreven. En hoe verdrietig het is dat dit generatie op generatie is doorgegeven.

Opa’s en oma’s sloten zich af, wat ze doorgaven aan hun kinderen, onze ouders. En zij gaven het op hun beurt weer door aan ons. We leerden ons gevoel weg te stoppen. Altijd door te gaan. Sterk te zijn. Onze tranen achter een lach te verbergen.

Ik begrijp waar het vandaan komt. Maar ik zie ook hoeveel leed het veroorzaakt. Lichamelijk. Mentaal. Collectief dragen we een rugzak vol verdriet met ons mee.

"Wat je wegstopt, verdwijnt niet."

Het nestelt zich vast. In je lijf, je hoofd, je relaties. Het gaat onderhuids fluisteren, trekken, zeer doen - soms zo subtiel dat je het niet direct doorhebt. Soms zo luid dat je er niet meer omheen kunt.

Stel je voor dat mijn oma, als klein meisje, van haar ouders had geleerd:

"Huilen mag. Iedere keer dat je hart erom vraagt."

Was haar leven dan lichter geweest? Was míjn leven dan lichter geweest?

Ik zal het nooit weten. Maar wat telt is dat we, in het hier en nu, voor iets anders mogen kiezen. Mogen doorvoelen wat zíj niet hebben gekund.

We mogen het helen. Al die weggestopte pijn. Al het weggestopt verdriet. Voor onszelf. Voor onze kinderen. En ook voor hen die voor ons kwamen, en zoveel hebben gedragen.

En misschien ontstaat er dan, stukje bij beetje, een wereld waar tranen mogen stromen.

Niet pas als we 86 zijn, maar iedere keer wanneer ons hart erom vraagt. 🤎